Agrariërs en familie

800 v. Chr. tot 19 v. Chr.


bewoning

Enkele eeuwen voor het begin van onze jaartelling vestigt zich, vanuit het oosten, een nieuwe groep mensen in Noord-Nederland. Zij brengen een nieuwe cultuur met zich mee. Noord-Nederland is zo dun bevolkt dat er nog volop ruimte voor ze is. De kwelders langs de kreken bij het Oer-IJ zijn aantrekkelijk. Ze bieden goed graasland en dankzij de rivierklei ook goed akkerland voor wie erin slaagt de grond te ontwateren. De boeren beginnen met het graven van sloten en staan zo aan het begin van een lange traditie waterbeheer. De nieuwelingen worden Friezen genoemd. Ze zijn naar alle waarschijnlijkheid in plukjes van één of meer families het gebied binnengekomen. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus heeft het over Frisii.

geesten & buurtschappen
Er bestaan in de IJzertijd geen dorpen of gehuchten zoals we die nu kennen. De afstand tussen de huizen is redelijk groot. De buren wonen 50 tot 200 meter verderop. Vaak wonen er vier tot acht families bij elkaar. Kleine plaatsjes vormen zich rond landbouwcomplexen, de zogenaamde geesten. Geesten zijn zeer kenmerkend voor de gemeente Castricum. In het huidige stratenpatroon zijn er nog verschillende te herkennen. De huidige dorpen hebben allemaal dit soort voorlopers gehad. Deze buurtschappen zijn ontstaan in de periode vanaf de IJzertijd tot de late Middeleeuwen. Ze hebben vaak herkenbare, functionele namen zoals bijvoorbeeld Oosterbuurt, Molenbuurt, Sluisbuurt, Kerkgeest en Schulpstet.
Deze buurtschappen zijn eigenlijk kleine bewoonde plaatsen met een eigen naam, maar zonder officieel middelpunt zoals een kerk of marktplein. Het is gewoon een verzameling huizen. De buren hebben elkaar nodig voor het oogsten van de gewassen, het hoeden van het vee, het maken van aardewerk en het bouwen van huizen. Deze huizen staan op de hoge plekken in het landschap. Daaromheen liggen de akkers en verderop de graslanden die de mensen gebruikten voor het hooi en weiden van vee. Boeren wonen vaak niet langer dan 30 jaar in één huis. Alle kinderen trokken na hun huwelijk uit huis. Als de ouders overleden bleef het huis onbewoond achter. De verlaten huizen werden misschien benut voor opslag en veestalling of zijn vervallen tot ruïnes.

de Krocht
De archeologische opgravingen op het terrein ‘de Krocht’ in Limmen hebben veel informatie opgeleverd over deze periode in de gemeente Castricum. De Krocht bleek eeuwenlang bebouwd te zijn geweest. Uitgespreid over die lange periode vonden archeologen vele tientallen huizen en schuren. Zij konden hierdoor nauwkeurig de bouwstijlontwikkeling van grote woonstalhuizen en bijbehorende schuren volgen. Ook kon men zien waar erven en waterputten hadden gelegen en hoe wegen en karrensporen van plaats en richting veranderden in de tijd. Tenslotte werden aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van het buurtschap Smithan. De naam Smithan verwijst waarschijnlijk naar de edelsmederij die hier heeft plaatsgevonden en waarvan ook sporen terug zijn gevonden tijdens de opgraving.