Pruiken en Revoluties

1700 tot 1800 n. Chr.

Napoleon
De geschiedenis van Nederland staat nooit los van ontwikkelingen in het buitenland. En dat geldt zeker voor het einde van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw, als de Fransen een beslissende invloed uitoefenen in de Nederlandse politiek door de komst van Napoleon. Als keizer heerst hij vanaf 1806 over bijna heel Europa, dat hij als ‘verlicht despoot’ bestuurt.

De Nederlandse Republiek is al in 1795 door Franse troepen veroverd, met hulp van Nederlandse patriotten. Tot 1806 blijft de Bataafse Republiek, zoals Nederland toen werd genoemd, formeel onafhankelijk van Frankrijk, maar in werkelijkheid gebeurt er weinig zonder goedkeuring van de Fransen. In 1806 benoemt Napoleon zijn broer Lodewijk tot koning van Holland en wordt Nederland een koninkrijk. Daarmee wordt de grondslag gelegd voor de latere monarchie. In 1810 zet Napoleon zijn broer af en lijft hij Nederland bij het Franse Keizerrijk in. Drie jaar later wordt Napoleon verslagen en naar Elba verbannen. Nederland wordt weer onafhankelijk. Napoleon speelt in deze tijd dus een hoofdrol in de Europese geschiedenis.

Van grote betekenis is dat hij in de gebieden waarover hij macht uitoefende, het bestuur en de rechtspraak gemoderniseerd heeft. Ook voert hij nieuwe maten (de meter) en gewichten (de kilogram) in. Bovendien wordt er een burgerlijke stand geïntroduceerd, waardoor iedereen een familienaam moet aannemen.

Slag bij Castricum
In 1799 staat Castricum even in de schijnwerpers van de wereldgeschiedenis. De Engelsen en de Russen hebben grote bezwaren tegen de machtsuitbreiding van Frankrijk na de bezetting van de Bataafse Republiek door de Franse legers. Op 27 augustus landt bij Callantsoog een Engelse troepenmacht, aangevoerd door Sir Ralph Abercrombie. Ook de Russen zetten voet aan wal in Noord-Holland onder aanvoering van Hermann en Jeropsoff. Na een aantal schermutselingen ten noorden van Castricum, vindt de beslissende slag op 6 oktober 1799 plaats op Castricums grondgebied. De slag duurt tot acht uur ´s avonds. Dan is het Engels-Russische leger door de Franse en Bataafse troepen, aangevoerd door Brune en Daendels, verslagen.
De Slag bij Castricum in 1799, ook wel de ‘vergeten oorlog’ genoemd, is een bloedige slag. In drie maanden tijd vallen er 20.000 doden – zelfs in de Tweede Wereldoorlog zijn er op Nederlandse bodem niet zoveel slachtoffers gevallen. De vele anonieme Franse, Engelse en Russische soldaten liggen nog altijd onder het duinzand. Er valt in Castricum maar één burgerslachtoffer: Neeltje Groentjes. Na de Slag bij Castricum worden de Linie van Beverwijk en de batterijen bij Spaarndam aangelegd. Alles om te voorkomen dat een toekomstige vijand via ‘Holland op z’n smalst’ zou doorstoten naar het zuiden.

Heerlijkheid Castricum
Kooplieden beleggen hun vermogen graag in landerijen en maken daarnaast van de mogelijkheid gebruik om hun status te verhogen door middel van aankoop van een heerlijkheid met de bijbehorende titels. Zo is het ook met de heerlijkheid Castricum gegaan. De Heerlijkheid Castricum en het gebied Cronenburg komen in 1664 in handen van de rijke Cornelis Geelvinck. Vijf generaties lang, tot 1802, is de heerlijkheid Castricum en het gebied Cronenburg bij deze familie in bezit gebleven. In 1749 koopt Nicolaas Geelvinck, ambachtsheer van Castricum, de Heerlijkheid Bakkum. Door deze aankoop raakt Bakkum steeds meer met Castricum verbonden. Tenslotte wordt op 1 januari 1812 bij decreet van Napoleon Bakkum bij Castricum gevoegd.
Ook Akersloot is een heerlijkheid. In 1730 kocht het dorpsbestuur de heerlijkheidrechten van de Staten van Holland en West-Friesland. Het dorpsbestuur verkocht vervolgens de heerlijkheid aan de stad Alkmaar. Waarna de stad deze in 1855 weer aan Jan Dil verkocht.
schelpenvisserij en kalkovens
De bevolking leeft vooral van de landbouw, maar ook van de konijnenvangst (pels en vlees) en de schelpenvisserij. De schelpenvisserij is zwaar werk. Een tweewielige kar met grote wielen en hoge schotten wordt door de duinen naar het strand gereden. Daar wordt de kar gevuld met schelpen die in de branding met de beugel (een breed net) worden opgeschept. Als de kar vol is moet het paard de kar door het rulle duinzand naar de schulpstet trekken waar de schelpen worden verscheept naar de kalkovens. De Schulpvaart, een oude restgeul van het Oer-IJ, wordt daarbij gebruikt voor de toevoer van de schelpen naar de kalkovens in Akersloot. De naam Schulpstet is hiervan afgeleid; het is een stet (opslagplaats) voor schelpen. Hele dorpen verdienen zo een karig inkomen. Direct na de Tweede Wereldoorlog verdwijnt dit voor de streek zo kenmerkend beroep, omdat de kalkovens worden gesloopt op last van bezetter.