Regenten en Vorsten

1600 tot 1700 n. Chr.

Tachtigjarige oorlog
Na een lange oorlog, die in de periode 1609-1621 onderbroken wordt door het Twaalfjarig Bestand, behalen de Nederlandse gewesten uiteindelijk de overwinning. In 1648 wordt de vrede van Münster getekend waarbij de onafhankelijkheid van de Republiek der Verenigde Nederlanden wordt erkend. De zuidelijke gewesten blijven onder gezag van Spanje.

Als de Spaanse troepen wegtrekken blijft de regio verwoest achter. Waar de Spanjaarden niet hebben huisgehouden, hebben Oranjes stoottroepen, de Geuzen, het karwei afgemaakt. Kastelen zoals Croonenburg zijn met de grond gelijk gemaakt, zodat de Spanjaarden ze niet als schuilplaats kunnen gebruiken. In Castricum en omgeving wordt hevig gestreden tijdens De Opstand. Achter stolpboerderij Boekel 11 in Akersloot staat nog een schuur die in die tijd dienst heeft gedaan als schuilkerk. Op de zijgevel zit een (nog net herkenbaar) met teer geschilderd kruis.

Gouden eeuw
Nederland neemt in de 17e eeuw een absolute toppositie in de wereldhandel in. De bloeiende handel leidt tot een grote en zeer rijke klasse van kooplieden. De nieuwe voorspoed leidt ook tot meer aandacht voor en sponsoring van beeldende kunsten, literatuur, wetenschappen en armenzorg. De Gouden Eeuw gaat echter aan Castricum voorbij zonder veel van weelde te hebben meegekregen. Echter, in het strandwallengebied en de binnenduinrand sieren wel veel fraaie landhuizen de omgeving.

buitenplaatsen
Het strandwallengebied en binnenduinrand zijn gewild bij de nieuwe rijken uit de Gouden Eeuw. Vooral locaties aan het water zijn in trek. Voor de nieuwe welgestelden is het bezit van een buitenplaats, naast een goede belegging, bovenal een statussymbool. Wie in de zeventiende eeuw wil meetellen, is het bijna aan zijn goede naam verplicht er een ‘buiten’ op na te houden. Een buiten met alles erop en eraan bestaat uit een groot vrijstaand herenhuis met stallen en dienstwoningen, tuinen met waterpartijen, boomgaarden, velden, serres of een oranjerie en een moes- en kruidentuin. De jacht en het afleggen van visites bij andere families horen net als het kweken van bijzondere bloemen en planten bij de genoegens van het buitenleven. Het duingebied leent zich bij uitstek voor de jacht op konijnen, fazanten en ander klein wild. Een bijzondere passie hebben veel buitenplaatsbezitters voor hun vinkenbaan. Veel grote landgoederen verdwijnen vanaf eind achttiende eeuw door de economische recessie, worden opgesplitst of krijgen een andere bestemming.

Op oude landkaarten worden de volgende buitenplaatsen genoemd: het huis van chirurgijn Abraham Vos, het Blockhuys dat vermoedelijk bij Breedeweg stond, Starburgh of Gaeff te Bakkum en Zorgvlied in Castricum. In Limmen staan de nu verdwenen buitenplaatsen Dampegheest, Den Burght, Clevesteijn en Hooghuizen. Vermoedelijk wordt Dampegheest al in de 14e eeuw gesticht door een lid van de familie Van Tetrode. Deze hofstede of buitenplaats heeft sindsdien verschillende eigenaren gekend. In 1864 koopt een Limmense timmerman de buitenplaats en laat de gebouwen slopen, de bomen van het park en de tuin rooien en het terrein verkavelen. Ten oosten van de huidige Den Burglaan ligt de buitenplaats Den Burght. In 1650 vestigt de familie Roest d’Alkemade zich hier. Deze familie werpt zich op als beschermer van de katholieken, aan wie zij in 1777 drie huisjes (De Cameren) nalaat voor de armen van Limmen. Ook in Akersloot heeft een dergelijke stichting bestaan met een aantal huisjes voor de armen. Deze huisjes zijn rond het jaar 1908 gesloopt en opnieuw opgebouwd, waarvan in de gevel een steen is aangebracht met de titel “van ouds ’t Klooster”. De buitenplaats Den Burght wordt in 1778 gesloopt.

stolpboerderijen
Wel nog herkenbaar aanwezig zijn de vele stolpboerderijen in de gemeente Castricum. De stolpboerderij is ontstaan vanuit het langhuis door het verbreden van het achterste bedrijfsgedeelte. Deze behoefte aan vergroting is waarschijnlijk ontstaan door een omschakeling van akkerbouw naar veeteelt vanaf de 14e eeuw in de veengebieden. Rond 1600 is de vergroting van het achterdeel al dusdanig dat er sprake is van een piramidedak en de hooiberging is dan geheel inpandig geworden. Dat is dan de weerslag van een constructieve verandering naar het zogenoemde ‘vierkant’ wat het kenmerk van de stolp is. Het bedrijfsgedeelte en het voorhuis (woongedeelte) hebben op dat moment nog een andere constructie. Het is dan een kleine stap om ook het woongedeelte onder dit piramidedak op te nemen. Naast de (langhuis)stolp blijft het langhuis, hoewel in mindere aantallen, nog lang bestaan. Het dak is gemaakt van riet, soms met kunstig uitgesneden patronen.

tulpomanie
De Bollenstreek ontwikkelt zich tegen het eind van de 16e eeuw en in de 17e eeuw. Ook in het gebied dat nu de gemeente Castricum vormt, speelt de bollenteelt een belangrijke rol. De bollenteelt begint hier kleinschalig op duinakkertjes en afgegraven stukken duin op landgoederen van Haarlemse en Amsterdamse rijke kooplieden. Na de krach van 1637 loopt deze teelt sterk terug. De duinenrij ten zuiden van Castricum is erg breed en wordt in de negentiende eeuw bestemd als waterleidingduinen. Mede daardoor is de bollenteelt hier kleinschalig gebleven. In Limmen vinden we nog de Hortus Bulborum. Hier worden verschillende historische bollen geconserveerd. De verzameling bevat meer dan 3500 verschillende soorten, sommigen gekweekt in de zestiende eeuw. Akersloot staat met name bekend om de lelieteelt.

Tulpen zijn aan het begin van de zeventiende eeuw nog een exotisch en kostbaar goed. De eerste bollen zijn in de tweede helft van de zestiende eeuw door Westerse reizigers uit Turkije ingevoerd in Europa. De exclusieve bloem trekt de aandacht van rijke stedelingen. Zij kopen de bollen om op hun buitens te planten. Het kweken en bemachtigen van nieuwe, bijzondere variëteiten werd onder de ‘happy few’ binnen de kortste keren een rage. Zeldzame soorten blijken hun gewicht in goud waard. Met het stijgen van de prijzen gaan steeds meer buitenstaanders zich met de tulpenhandel bemoeien. Wie er in slaagt een bijzondere variëteit op te kweken, kan naast flinke winsten rekenen op status en aanzien. Ook voor kleine kopers als winkeliers en linnenwevers lijkt rijkdom en stijging op de sociale ladder zo opeens binnen handbereik. Speculanten, de zogeheten ‘floristen’, ruiken hun kans en gaan tulpenbollen die nog in de grond zitten, op papier doorverkopen. De duurste tulp verwisselt op papier voor meer dan 5000 gulden van eigenaar. Op een gegeven moment klapt de verkoop echter in elkaar: de krach van 1673. Het betekent een abrupt einde van de ‘tulpomanie’. De tulpenwindhandel is vaak beschreven als de eerste grote speculatiegolf in de geschiedenis. Behalve voor de deelnemers die berooid achterblijven, vallen de gevolgen mee. De Hollandse bloembollenteelt komt pas in de periode erna echt tot ontwikkeling.