Keizers en leenheren

1.000 tot 1450 n. Chr.

macht
De Vikingen voeren hier een tijd het bewind. De bekendste Deense heerser is Roderik. Zijn opvolger en zoon zijn vermoord door de Friese graaf Gerulf. Als beloning wordt Gerulf benoemd tot heerser over het Kennemerland. Gerulf is de stamvader van een geslacht van graven dat tot het eind van de dertiende eeuw West-Nederland beheerst. Zijn nazaten staan bekend als de ‘Graven van Holland’. Deze Graven van Holland zijn formeel leenheren van de Duitse keizer. Geleidelijk aan ontwikkelen zij zich echter tot zelfstandige machthebbers.

ontginningen en overstromingen
In deze tijd begint de ontginning van de veengronden, omdat er behoefte is aan vestigingsplaatsen en landbouwgrond. Door de duinvorming over de meest westelijk gelegen duinen is daar vanaf de 10e eeuw praktisch geen bewoning meer mogelijk, terwijl de duinen tot die tijd intensief bewoond worden. De ontvolking van de kust is waarschijnlijk een sterke impuls voor de ontginning van het veengebied. De boeren trekken met de schop het veen in, graven sloten en nemen het land in gebruik. Echter, ontwaterd veen klinkt in, waardoor de bodem daalt en het nieuw verworven land kwetsbaar raakt voor overstromingen. Noord-Holland staat in directe verbinding met de Zuiderzee. Bij elke storm slaat het water land weg, waardoor er in de twaalfde eeuw grote meren ontstaan. Zo ontstaat bijvoorbeeld de Schermer met als huidig restant het Alkmaardermeer. Zodoende begint men dijken te bouwen om het water tegen te houden, maar het land blijft nat. Dat is de reden waarom de boeren overstappen van akkerbouw naar veeteelt. Dit heeft grote gevolgen. Wie geen graan verbouwt moet handel drijven om aan zijn brood te komen. De boeren moeten genoeg melk en vlees produceren om van de winst graan te kopen. Wie alleen vee houdt kan bovendien met minder arbeidskracht toe. De boeren hebben in de winter niet zoveel te doen, met als gevolg dat er tijd overblijft voor andere activiteiten zoals vissen, schepen bouwen, turfsteken, rietvlechten, zout winnen, stenen bakken en dijken bouwen.

opkomst van steden
Vroeger leven de mensen in geïsoleerde boerderijen, maar vanaf de 12e eeuw ontstaan er steden. Voor de regio zijn Castricum, Alkmaar en Beverwijk belangrijk. Het platteland voorziet de steden van producten als graan, zuivel, vlees, turf, huiden, vis en textiel via handel op de (week)markten. Akersloot is tot op zekere hoogte ook verstedelijkt: er was een markt en een haven. De regio kent in deze tijd zijn grootste bloeiperiode, waarin de buurtschappen een grote omvang bereiken. Verder ontwikkelt de ‘banne’ zich als bestuurlijke eenheid, vergelijkbaar met de huidige gemeentegrenzen.

Kennemerland
Het vroegere Kennemerland ligt waarschijnlijk in oorsprong zuidelijker dan nu. De precieze grens in het noorden is een beetje verloren gegaan door de “oorlog” tussen West-Friesland en Holland. Of het grondgebied van de huidige gemeente Castricum tot het Kennemerland en het graafschap heeft gehoord, is zodoende twijfelachtig. Kennemerland is als Kinhem in de vroege Middeleeuwen een gouw in Frisia ten westen van het Vlie (onder de Frankische gezagsperiode) en vanaf ongeveer 1254 een baljuwschap. Het baljuwschap Kennemerland wordt ingesteld door Floris V als onderdeel van het graafschap Holland en omvat zelf circa 20 heerlijkheden. In de 13de eeuw willen de Kennemers meer zelfstandigheid. Dit leidt in 1272 tot de Kennemer Opstand. Graaf Floris V (1254 – 1296), sinds 1266 graaf van Holland en Zeeland, slaat de opstand neer, maar moet hen wel meer rechten geven.

kastelen en burchten
De aanwezigheid van kastelen en burchten verwijst naar dit soort oorlogen om heerschappij en land. Ze hebben in de eerste plaats een militaire functie en woerden op strategische plaatsen gebouwd of aan de rand van de oude strandwallen. Daar lopen de verschillende takken van een Konings- of Heereweg, sinds oude tijden de voornaamste verbindingsroute over land tussen het noorden en zuiden van Holland. De landerijen worden vanuit het kasteel door de graaf of zijn leenmannen bestuurd en geëxploiteerd. De machtigste edelen bewonen de imposantste kastelen. Het zijn, tussen 1200 en 1300, mannen als Dirk van Brederode, Wouter en Willem van Egmont, Albert en Jan Banjaert en Gerard van Velsen (in 1296 een van de moordenaars van graaf Floris V). Als leenmannen en – niet altijd even betrouwbare – bondgenoten van de graaf, hebben zij op hun beurt elk een hofhouding om zich heen van eigen leenmannen en kleinere ridders.

De meeste kastelen kennen een geschiedenis van belegering, verwoesting, herstel of verval. Niet meer bewoonde en niet meer onderhouden kastelen vervallen tot ruïnes. Zo is het ook met het Huis te Castricum en het latere Cronenburg gegaan, dat tijdens de Tachtig jarige oorlog (De Opstand) wordt verwoest. Alleen de gracht is nog zichtbaar. De boerderij met de naam Kronenburg is tegenwoordig te vinden op het terrein van het vroegere kasteel. Het gehele complex Cronenburg is een van de beroemdste archeologische monumenten in Noord-Holland. Het kasteel Boekel in Akersloot is helemaal verdwenen.